Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemene informatie

Eneco Holding N.V. (‘de vennootschap’) is een structuurvennootschap naar Nederlands recht, statutair gevestigd te Rotterdam en houdstermaatschappij van dochterondernemingen, deelnemingen in joint operations en joint ventures alsmede geassocieerde deelnemingen (als groep aangeduid als 'Eneco', ‘Eneco Groep’ of 'Groep').

Eneco Groep richt zich enerzijds op innovatieve energiediensten en producten. Hiermee kunnen klanten energie besparen, zelf of samen duurzame energie opwekken en energie terugleveren aan het energienet. Anderzijds verzorgt Eneco het transport van energie (elektriciteit, gas en warmte). Vanuit haar missie ‘duurzame energie voor iedereen’ investeert Eneco Groep in de verdere verduurzaming van de energieketen met als doel energie ook op langere termijn schoon, leverbaar en betaalbaar te houden voor onze klanten. Eneco is behalve in Nederland ook actief in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De belangrijkste strategische samenwerkingsverbanden betreffen deelnemingen, particpaties en lidmaatschappen in windparken, zowel onshore als offshore, in start-ups en in coöperaties. Daarnaast neemt Eneco ook deel in de energiecentrale Enecogen VOF en in Groene Energie Administratie B.V. (Greenchoice).

Voor meer informatie over de samenstelling van de Groep wordt verwezen toelichting 4 'Gesegmenteerde informatie'.

Tenzij anders vermeld, zijn alle bedragen opgenomen in miljoenen euro.

De halfjaarcijfers zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving' waarbij de geconsolideerde balans, het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het geconsolideerd mutatie-overzicht groepsvermogen in verkorte vorm zijn gepresenteerd. Deze cijfers dienen te worden bezien in samenhang met de geconsolideerde jaarrekening 2015 van Eneco Holding N.V. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de per 31 december 2015 geldende International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Commissie, en Titel 9 Boek 2 BW.

Deze halfjaarcijfers zijn geautoriseerd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 4 augustus 2016.

Nieuwe of gewijzigde IFRS-standaarden 2016

De volgende wijzigingen in bestaande IFRS-standaarden die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd per 1 januari 2016, zijn relevant voor Eneco en zijn in voorkomende situaties toegepast bij het opstellen van deze halfjaarcijfers:

  • IFRS 11 ‘Joint Arrangements’: dit betreft een wijziging die aangeeft dat als een joint operation een ‘business’ betreft, de investering in die joint operation als een business combination volgens de principes van IFRS 3 ‘Business Combinations’ verwerkt moet worden. Dat betekent dat alle activa en passiva tegen reële waarde worden opgenomen en, indien van toepassing, ook goodwill wordt verantwoord; in de eerste helft van 2016 heeft zo’n transactie niet plaatsgevonden;
  • IAS 1 ‘Presentation of financial statements’: dit is de eerste wijziging van deze standaard in het kader van het IASB-project ‘Disclosure Initiative’ dat gaat over de herziening van de toelichting in de jaarrekening. Met deze wijzigingen is in algemene zin rekening gehouden bij het opstellen van deze halfjaarcijfers en betreffen onder meer:
    • Materialiteit en aggregatie: het is een entiteit niet toegestaan om belangrijke informatie achterwege te laten in de jaarrekening door bijvoorbeeld het aggregeren van materiële en niet-materiële informatie of door bepaalde materiële posten te aggregeren die verschillend van aard/functie zijn; een specifieke toelichting hoeft niet te worden opgenomen als de informatie daarin niet materieel is, ook al schrijft een andere IFRS-standaard voor om dat punt toe te lichten;
       
    • Verduidelijking in de standaard inzake het al dan niet opnemen van een apart line item in de balans en winst- en verliesrekening (inclusief het overzicht met de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten);
       
    • Overzicht gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten: duidelijker opnemen wat in het overzicht met de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten het aandeel is van deelnemingen die volgens de ‘equity method’ zijn verwerkt (joint ventures en geassocieerde deelnemingen);
       
    • Opnemen van toelichtingen: entiteiten hebben flexibiliteit bij het opzetten van de structuur van de toelichtingen in de jaarrekening en deze wijzigingen geven aan hoe een systematische volgorde van de toelichtingen bepaald moet worden.

Overige nieuwe IFRS-standaarden, wijzigingen in bestaande standaarden en nieuwe interpretaties die op latere boekjaren van toepassing zullen zijn en/of nog niet zijn goedgekeurd door de Europese Commissie en/of niet relevant zijn voor Eneco, zijn niet nader toegelicht in dit halfjaarbericht.

Waarderingsgrondslagen

Waarderingsgrondslagen

De waarderingsgrondslagen en de grondslagen voor consolidatie van de halfjaarcijfers zijn consistent met de beschreven grondslagen in de jaarrekening 2015, met uitzondering van mogelijke invloeden van nieuwe of gewijzigde standaarden en interpretaties zoals vermeld in onderdeel 1.2 'Nieuwe of gewijzigde IFRS-standaarden 2016'.

Schattingen, aannames en veronderstellingen

Voor het opmaken van deze halfjaarcijfers zijn schattingen, aannames en veronderstellingen gehanteerd die van invloed zijn op verantwoorde bedragen en op de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Dit betreft in het bijzonder de opbrengst van verkopen aan kleinverbruikers, de gebruiksduur van materiële vaste activa, de bepaling van de reële waarde van de relevante activa en verplichtingen, bijzondere waardeverminderingen van activa en de omvang van voorzieningen. De schattingen, aannames en veronderstellingen die zijn gemaakt, zijn gebaseerd op marktgegevens, kennis en ervaring uit het verleden en andere factoren die onder de gegeven omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De werkelijke resultaten kunnen echter afwijken van de gemaakte schattingen. Schattingen, aannames en veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Schattingswijzigingen worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien indien de wijzigingen alleen op deze periode betrekking hebben.

Indien de schattingswijziging tevens betrekking heeft op toekomstige perioden vindt wijziging prospectief plaats in de hiervoor relevante perioden. Eventuele bijzonderheden ten aanzien van schattingen, aannames en veronderstellingen zijn hierna opgenomen bij de toelichtingen van de resultaat- en balansposten.

Seizoenspatroon van de activiteiten

De levering, distributie en opwekking van energie is seizoensgebonden. In het winterseizoen bestaat een grotere vraag naar energie voor verwarming. In het zomerseizoen ontbreekt deze grotere energiebehoefte en wordt gedeeltelijk gecompenseerd door hogere energiebehoefte voor koeling van gebouwen. De opwekking van elektriciteit is afhankelijk van de vraag en de marktprijzen. De opwekking van duurzame energie is voornamelijk seizoensgebonden. Onder normale omstandigheden is de productie van windenergie hoger in de periode oktober tot en met maart en van zonne-energie in de zomermaanden. De productie van energie uit biomassa toont een stabiel patroon over het jaar.

Gesegmenteerde informatie

Bedrijfssegmenten worden onderscheiden in overeenstemming met de bestuurlijke en interne rapportagestructuur van Eneco. De twee grootste bedrijfssegmenten per 1 januari 2016 van Eneco Groep bestaan uit de kernbedrijven: Energiebedrijf Eneco en Stedin. Het bedrijfssegment Energiebedrijf Eneco omvat het inkopen, opwekken, verhandelen en verkopen van elektriciteit, gas en warmte en de aanleg, het onderhoud en het beheer van warmtenetten en advisering. Het bedrijfssegment Stedin betreft de netbeheerder die de gas- en elektriciteitsnetten beheert. In het eerste halfjaar 2016 zijn de activiteiten voor het inrichten van de buitenruimte op het gebied van onder andere openbare verlichting (door het bedrijfsonderdeel CityTec) vanuit het Energiebedrijf overgegaan naar Stedin.

Daarnaast bestaan sinds vorig jaar de bedrijfssegmenten Innovatie waarin alle activiteiten in verband met investeringen in start-ups, innovatieve energieprojecten en strategische partnerships zijn ondergebracht, Energieconsultancy waar de consultancy-activiteiten van Ecofys onder vallen en Infrastructurele diensten dat de activiteiten van Joulz Energy Solutions omvat. Deze drie bedrijfssegmenten zijn niet zelfstandig als een ‘rapportage-segment’ aan te merken volgens de criteria in IFRS 8 ‘Operating Segments’. Daarom zijn deze drie bedrijfssegmenten opgenomen in het bedrijfssegment Overige activiteiten dat - gezien de niet-materiële omvang - is verwerkt in de kolom ‘Overige activiteiten, niet gealloceerd en eliminaties’ in onderstaande tabellen.

In het resultaat per segment zijn de financiële baten en lasten, het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures en de belastinglast niet opgenomen.

De vergelijkende cijfers voor het eerste halfjaar 2015 zijn - voor zover van toepassing - aangepast naar de nieuwe structuur per ultimo 2015. Tevens zijn de vergelijkende cijfers 2015 aangepast voor de overgang van CityTec naar Stedin in het eerste halfjaar 2016.

Opbrengsten en bedrijfsresultaat per segment

Eerste halfjaar 2016

Segment Energiebedrijf Eneco

Segment

Stedin

Overige activiteiten, niet gealloceerd en eliminaties

Totaal

Opbrengsten energielevering, -transport, energie

gerelateerde activiteiten en overige bedrijfsopbrengsten

1.490

549

37

2.076

Bedrijfsopbrengsten tussen segmenten

1

7

– 8

Inkoop energie en energie gerelateerd en overige bedrijfskosten

– 1.246

– 323

– 59

– 1.628

Bedrijfsresultaat voor afschrijvingen en bijzondere waardemutaties

245

233

– 30

448

Afschrijvingen en bijzondere waardemutaties op materiële

en immateriële vaste activa

– 117

– 110

– 6

– 233

Bedrijfsresultaat

128

123

– 36

215

Resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures

3

Financiële baten en lasten

– 35

Resultaat voor belastingen

183

Eerste halfjaar 2015

Segment Energiebedrijf Eneco

Segment

Stedin

Overige activiteiten, niet gealloceerd en eliminaties

Totaal

Opbrengsten energielevering, -transport, energie

gerelateerde activiteiten en overige bedrijfsopbrengsten

1.785

550

28

2.363

Bedrijfsopbrengsten tussen segmenten

1

9

– 10

Inkoop energie en energie gerelateerd en overige bedrijfskosten

– 1.577

– 302

– 25

– 1.904

Bedrijfsresultaat voor afschrijvingen en bijzondere waardemutaties

209

257

– 7

459

Afschrijvingen en bijzondere waardemutaties op materiële

en immateriële vaste activa

– 122

– 112

– 7

– 241

Bedrijfsresultaat

87

145

– 14

218

Resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures

7

Financiële baten en lasten

– 34

Resultaat voor belastingen

191

Geen accountantscontrole toegepast.

Balans per segment

Per 30 juni 2016

Segment Energiebedrijf Eneco

Segment

Stedin

Overige activiteiten, niet gealloceerd en eliminaties

Totaal

Activa

Activa

4.261

5.243

– 44

9.460

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

64

1

65

Totaal activa

4.325

5.243

– 43

9.525

Passiva

Eigen vermogen en langlopende verplichtingen

3.564

4.659

– 31

8.192

Kortlopende verplichtingen

761

584

– 12

1.333

Totaal passiva

4.325

5.243

– 43

9.525

Per 31 december 2015

Segment Energiebedrijf Eneco

Segment

Stedin

Overige activiteiten, niet gealloceerd en eliminaties

Totaal

Activa

Activa

4.642

5.147

50

9.839

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

61

1

62

Totaal activa

4.703

5.147

51

9.901

Passiva

Eigen vermogen en langlopende verplichtingen

3.491

4.723

51

8.265

Kortlopende verplichtingen

1.212

424

1.636

Totaal passiva

4.703

5.147

51

9.901

Met uitzondering van 31 december 2015 geen accountantscontrole toegepast.

Bedrijfscombinaties

In het eerste halfjaar 2016 hebben geen materiële bedrijfscombinaties plaatsgevonden die volgens de criteria in IFRS 3 ‘Business Combinations’ toegelicht zouden moeten worden.


Financiële lasten

Eerste halfjaar 2016

Eerste halfjaar 2015

Rentelasten

36

38

Oprenting voorzieningen

1

2

Totaal

37

40

Geen accountantscontrole toegepast.

Belastingen

De effectieve belastingdruk bedraagt 24,0% (eerste halfjaar 2015: 24,6%). De daling wordt met name veroorzaakt door minder niet-verrekenbare verliezen ten opzichte van vorig jaar. Door vrijgestelde opbrengsten en het gebruik van fiscale stimuleringsmaatregelen (Energie InvesteringsAftrek) komt de effectieve belastingdruk lager uit dan het nominale tarief voor de vennootschapsbelasting.

Activa aangehouden voor verkoop

De activa aangehouden voor verkoop (en de daarmee samenhangende verplichtingen) hadden per 1 januari 2016 enerzijds betrekking op de verwachte verkoop van een deel van de gas- en elektriciteitsnetten van het Segment Stedin en anderzijds op de verwachte verkoop van de helft van onze 50%-deelneming in het te ontwikkelen Belgische offshore windpark Norther (joint operation) van het Segment Energiebedrijf Eneco.

De gas- en elektriciteitsnetten gelegen in de regio’s Noordoost Friesland, Amstelland, Kennemerland en Midden Limburg bestaan voornamelijk uit materiële vaste activa. De boekwaarde van deze netten per 30 juni 2016 bedraagt € 328 mln. De hiermee samenhangende verplichtingen bedragen € 18 mln. Er zijn geen indicatoren voor een bijzondere waardevermindering geïdentificeerd. Voor deze materiële vaste activa is € 93 mln. opgenomen in de herwaarderingsreserve, als onderdeel van het eigen vermogen. Het is de verwachting dat deze verkoop in de loop van 2017 zal plaatsvinden.

De activa van Norther bestaan hoofdzakelijk uit geactiveerde ontwikkelingskosten voor de bouw van het windpark. In juni 2016 is overeenstemming bereikt met een investeerder die de helft van onze deelneming in Norther zal overnemen. De verwachting is dat deze getekende transactie in de tweede helft van 2016 zal worden geëffectueerd als aan de opschortende voorwaarden is voldaan. De hiermee samenhangende activa en passiva zijn tegen boekwaarde opgenomen in de balans.

Zoals ook vermeld in de jaarrekening 2015, heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een handhavingsbesluit genomen ten gevolge waarvan de Eneco Groep uiterlijk 31 januari 2017 moet zijn gesplitst. Daartoe heeft Eneco Holding N.V. een splitsingsplan voorbereid en in de eerste helft van 2016 ingediend bij de ACM. De inmiddels van ACM ontvangen reactie op Eneco’s splitsingsplan is nog onderwerp van overleg tussen de ACM en Eneco. Verder is Eneco in afwachting van een schriftelijke reactie van de minister van Economische Zaken (EZ). Daarnaast loopt nog een procedure bij het Gerechtshof van Amsterdam over de vraag of gedwongen splitsing in strijd is met het recht op bescherming van eigendom conform artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De strekking van de uitspraak in deze rechtszaak kan mogelijk gevolgen hebben voor de termijn waarop gesplitst zal worden.

Door de hierboven genoemde omstandigheden is per 30 juni 2016 nog niet voldaan aan de criteria in IFRS 5 ‘Non-current assets held for sale and discontinued operations’ om de af te splitsen bedrijfsonderdelen apart te presenteren en toe te lichten in dit halfjaarbericht.

Voor meer informatie over het arrest van de Hoge Raad over splitsing en de gevolgen daarvan wordt verwezen naar toelichting          12 'Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen'.

Afgeleide financiële instrumenten

Afgeleide financiële instrumenten

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten is als volgt (totaal overzicht):

Per 30 juni 2016

Per 31 december 2015

Activa

Passiva

Activa

Passiva

Renteswapcontracten

10

5

Valutaswapcontracten

36

26

41

73

Energiecommoditycontracten

259

148

356

226

CO2-emissierechtencontracten

6

8

1

Totaal

301

184

405

305

Classificatie

Vlottend / kortlopend

167

110

221

164

Vast / langlopend

134

74

184

141

Totaal

301

184

405

305

Met uitzondering van 31 december 2015 geen accountantscontrole toegepast.

Waardering

Voor de waarderingsmethodiek van financiële instrumenten wordt de volgende hiërarchie gehanteerd:

Niveau 1

Onder niveau 1 worden financiële instrumenten verantwoord waarvan de reële waarde is gebaseerd op niet aangepaste marktprijzen van gelijke instrumenten in actieve markten.

Niveau 2

Onder niveau 2 worden financiële instrumenten verantwoord met een reële waarde gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven aangevuld met andere beschikbare informatie. Bij de waarderingsmethodiek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van observeerbare marktprijzen.

De waardering van niveau 2 energiecommoditycontracten is gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven voor liquide perioden voor onderliggende waarden als elektriciteit, gas (title transfer facility), olie-gerelateerde prijzen en emissierechten. Andere contracten worden gewaardeerd middels afstemming met de tegenpartij, in deze afstemmingen worden observeerbare forwardcurves van rente en valuta gehanteerd.

Niveau 3

Onder niveau 3 worden financiële instrumenten verantwoord die zijn gewaardeerd op basis van berekeningen waarin één of meer significante inputfactoren niet zijn gebaseerd op objectieve marktdata.

De hiërarchie van de per 30 juni 2016 op reële waarde gewaardeerde afgeleide financiële instrumenten is als volgt:

Per 30 juni 2016

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommoditycontracten

45

218

2

265

Rente- en valutaswapcontracten

1

35

36

46

253

2

301

Passiva

Energiecommoditycontracten

148

148

Rente- en valutaswapcontracten

36

36

184

184

Per 31 december 2015

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommoditycontracten

69

295

364

Rente- en valutaswapcontracten

41

41

69

336

405

Passiva

Energiecommoditycontracten

227

227

Rente- en valutaswapcontracten

78

78

305

305

Met uitzondering van 31 december 2015 geen accountantscontrole toegepast.

Groepsvermogen

Eneco Holding N.V. heeft in het eerste halfjaar van 2016 voor € 98 mln. dividend ter beschikking gesteld aan haar aandeelhouders (2015: € 102,5 mln.). Dit bedrag is in april 2016 uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Conform de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling (zoals weergegeven in de Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2015, paragraaf 2.1 Algemeen – Vreemde valuta), worden de koersverschillen als gevolg van omrekening van de investering in Eneco’s activiteiten in het Verenigd Koninkrijk, waarvoor de niet-functionele valuta GBP wordt toegepast, verantwoord in de Reserve translatieverschillen in het eigen vermogen. Voor de kasstromen in de GBP-valuta die naar verwachting met een grote mate van zekerheid vanuit het Verenigd Koninkrijk over de periode 2016-2021 naar Eneco Holding worden gerepatrieerd, is het koersrisico GBP-EUR door middel van derivaten in april 2016 afgedekt en wordt hedge-accounting toegepast. Deze hedge-relatie volgt de principes van kasstroomafdekking conform de grondslagen zoals beschreven in de Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2015, paragraaf 2.12 Afgeleide financiële instrumenten. Deze kasstromen maken voor wat betreft de verwerking van de translatieverschillen geen onderdeel meer uit van de investering zoals hierboven genoemd.

Rentedragende schulden

De reële waarde van de leningen per 30 juni 2016 bedraagt € 2.379 mln. (31 december 2015: € 2.083 mln.). De reële waarde van de leningen is benaderd door middel van de contante waarde methode. Hierbij is uitgegaan van relevante marktrentetarieven voor vergelijkbare schulden. Daarmee vallen de gegevens voor deze waarderingsberekening onder ‘niveau 2’ binnen de reële waarde hiërarchie zoals bepaald in IFRS 13 'Fair Value Measurement' (zie toelichting 9 ' Afgeleide financiële instrumenten').

In maart 2016 heeft een herfinanciering plaatsgevonden van het windpark Luchterduinen (‘joint operation’ samen met Mitsubishi Corporation). Daartoe is langlopende non-recourse projectfinanciering aangetrokken voor een totaal bedrag van € 443 mln. (Eneco-deel 50%: € 221,5 mln.) bij Japan Bank for International Cooperation, BNP Paribas Fortis, Mizuho, Sumitomo Mitsui Banking Corporation en Sumitomo Mitsui Trust Bank. Met de aangetrokken middelen heeft de aflossing plaatsgevonden van de door beide partners verstrekte leningen en kapitaal aan het windpark. Deze projectfinanciering wordt gedurende 13,5 jaar afgelost met als laatste aflossingsdatum 31 december 2029. De leningen kennen een variabele 6 maands Euribor-rente (met een minimum van 0%) waarvan het variabele renterisico voor een substantieel gedeelte door middel van interest rate swaps is afgedekt. Deze derivaten en de variabele rentebetalingen zijn ingebracht in een hedge-relatie volgens de principes van kasstroomafdekking.

Er is in de eerste helft van 2016 geen kortlopend krediet aangetrokken. De reguliere aflossingen van de langlopende verplichtingen in het eerste halfjaar bedragen ca. € 52 mln. (eerste halfjaar 2015: € 30 mln.).

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Juridische procedures

Eneco Groep is betrokken bij een aantal juridische claims en procedures die verband houden met de bedrijfsactiviteiten, ofwel als eiser ofwel als gedaagde. Het management zorgt ervoor dat deze zaken goed behartigd worden. Bij sommige van deze zaken kunnen bedragen worden geëist die significant zijn voor de geconsolideerde halfjaarcijfers.

Aansprakelijkheden en voorwaardelijke verplichtingen in relatie tot deze claims en procedures worden periodiek beoordeeld op basis van de meest recente beschikbare informatie. Hierbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van de adviezen van juristen en andere specialisten. Een voorziening wordt alleen getroffen als een negatieve uitkomst van de procedure ‘waarschijnlijk’ (‘probable’) wordt geacht en het bedrag van het verwachte verlies redelijkerwijs kan worden ingeschat. De daadwerkelijke uitkomst van een claim of procedure kan anders zijn dan de eerder ingeschatte aansprakelijkheid, en als gevolg daarvan een materieel negatief effect hebben op de financiële prestaties en positie van de Groep.

Arrest Hoge Raad over splitsing

Binnen de Eneco Groep bevinden zich zowel vennootschappen die zich toeleggen op het beheer van elektriciteits- en gasnetwerken als vennootschappen die zich toeleggen op de productie en levering van en de handel in elektriciteit en gas. Dit is op grond van de wettelijke bepalingen over het zogeheten groepsverbod (ook wel gedwongen splitsing genoemd) niet toegestaan.

De Hoge Raad heeft op 26 juni 2015 arrest gewezen over de gedwongen splitsing van Nederlandse geïntegreerde energiebedrijven. De Hoge Raad oordeelde dat het verplichte groepsverbod uit de Elektriciteits- en Gaswet niet in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, zoals opgenomen in het (Europese) Unierecht. Voor een uitspraak of gedwongen splitsing in strijd is met het recht op bescherming van eigendom (artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM)), waar Eneco (en Delta) ook een beroep op doen, heeft de Hoge Raad de zaak ter verdere behandeling naar het Gerechtshof van Amsterdam verwezen. Dit Hof moet dan toetsen of het groepsverbod in strijd is met het genoemde artikel uit het Eerste Protocol. Deze verwijzingsprocedure is in 2015 bij het Hof Amsterdam aanhangig gemaakt. Het Gerechtshof Amsterdam doet naar verwachting op 6 september aanstaande uitspraak. Hangende deze juridische procedure duurt derhalve de onzekerheid voort omtrent de vraag of het groepsverbod uiteindelijk rechtsgeldig is.

Inmiddels heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een zogenaamd handhavingsbesluit genomen ten gevolge waarvan de Eneco Groep uiterlijk 31 januari 2017 moet zijn gesplitst. Dit op straffe van een dwangsom van € 4,5 mln per week, met een maximum van € 90 mln. Op 13 januari 2016 diende Eneco Holding N.V. een bezwaarschrift in tegen dit handhavingsbesluit. Het bezwaar van Eneco Holding N.V. is inmiddels door de ACM afgewezen. Eneco Holding N.V. gaat in beroep bij de rechter tegen deze afwijzing.
Eneco Holding N.V. heeft in mei 2016 bij de ACM een gewijzigd splitsingsplan ingediend. De inmiddels van ACM ontvangen reactie op Eneco’s splitsingsplan is nog onderwerp van overleg tussen de ACM en Eneco. Verder is Eneco in afwachting van een schriftelijke reactie van de minister van Economische Zaken (EZ). Ondanks het voortzetten van haar verzet tegen gedwongen splitsing, is Eneco Holding N.V. noodgedwongen gestart met het treffen van voorbereidingen voor een effectuering van een splitsing teneinde op 31 januari 2017 aan het handhavingsbesluit van de ACM te kunnen voldoen.

Overige niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Eneco heeft inkoopverplichtingen voor energie ter grootte van € 5,7 mld. (31 december 2015: € 5,9 mld.). Daartegenover staan reeds afgesloten verkoopverplichtingen, met name voor de zakelijke markt, ter grootte van € 2,7 mld. (31 december 2015: € 2,6 mld.). Deze inkoop- en verkoop-contracten hebben betrekking op toekomstige leveringen. Voor de inkoop van warmte zijn verplichtingen ter grootte van € 0,6 mld. (31 december 2015: € 0,8 mld.) aangegaan. De jaarlijkse verkoopverplichting voor onbepaalde tijd van warmte bedraagt € 0,3 mld. (31 december 2015: € 0,3 mld.).

Eneco heeft aan derden concern- en bankgaranties verstrekt ter grootte van € 0,4 mld. (31 december 2015: € 0,4 mld.), hiervan is € 0,3 mld. (31 december 2015: € 0,3 mld.) door Eneco Holding N.V. afgegeven. De resterende concern- en bankgaranties zijn verstrekt door dochtermaatschappijen van Eneco Holding N.V. waarvoor een 403-verklaring is afgegeven.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

De investeringen in materiële en immateriële vaste activa gedurende het eerste halfjaar bedragen € 230 mln. (eerste halfjaar 2015: € 328 mln.) en hebben betrekking op nieuw productievermogen, uitbreiding en vervanging van de energienetwerken en uitrol van de slimme meters.

Vorige paragraaf:
Geconsolideerd mutatieoverzicht groepsvermogen
Volgende paragraaf:
Beoordelingsverklaring